Geschiedenis

De praktijk bestaat al sedert 1938. In die tijd, vlak voor de oorlog, is de studentengezondheidsdienst opgericht waar de praktijk uit voortgekomen is. Aanvankelijk alleen voor studenten. In die tijd was Tuberculose (TBC) een ernstige ziekte, en een hoogleraar Histologie (weefselleer), prof.dr. G.C. Heringa, is toen met een spreekuur voor medische studenten gestart. Later is dit uitgebreid voor alle studenten aan de, toen nog, Gemeente Universiteit. In de oorlog was er behoefte aan eettafels. Vanuit de studentenartsen is toen de mensa opgericht net zoals jaren later vanwege “den psychische probleemen” de studentenpsychologen. In de jaren 1950 tot 1981 fungeerde de studentengezondheidsdienst als een soort consultatiebureau. Studenten konden er overdag met hun gezondheidsklachten en -vragen terecht. Naast infectieziekten, zoals de genoemde TBC, natuurlijk voor anticonceptie en “problemen onder de gordel”.

1938 Oprichtingsvergadering
Op 7 december 1938 is de Stichting voor Universitaire Gezondheidszorg van de Universiteit van Amsterdam opgericht. Het leuke is dat we recent het originele jaarverslag van de periode van 7 december 1938 tot 31 augustus 1940 terug hebben gevonden.

Uit het jaarverslag:
“Voor den student is een dokter noodig, die op zijn levensomstandigheden is ingesteld, die kijk heeft op en die begrip heeft voor zijn moeilijkheden; een arts, die intuïtie heeft voor psychische problemen, welke uit de studie voortvloeien, of welke  deze belemmeren; kortom een geneeskundige, die contact houdt met de universiteit en haar sfeer.”

1945 Na de oorlog
Direct na de bevrijding in mei 1945 luidde de UGZ de noodklok over de slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid van de Amsterdamse studenten. Ook elders in het land bleken de “geestelijke moeilijkheden”  van studenten als gevolg van de oorlog “ontstellend groot”  te zijn. In combinatie met het gegeven dat tuberculose onder de Nederlandse bevolking tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog  wijd verspreid was, besefte het UGZ-bestuur dat deze slechte gezondheidstoestand van de studenten een reëel gevaar betekende op besmetting met tuberculose. Zij was zich dan ook bewust van haar verantwoordelijkheid: “De voor ons liggende cursus 1945 /46 zal aan onze stichting buitengewone eisen stellen. De onrustbarende achteruitgang van den gezondheidstoestand, in het bijzonder de uitbreiding van tbc, samen met de andere schadelijke gevolgen van langdurige ondervoeding en over-inspanningen, lichamelijk en geestelijk, maakt de bemoeiingen van de UGZ nodiger en urgenter dan ooit.”

1981 Huisartsen Oude Turfmarkt
In 1981 is de stap gezet om een “24-uurs medische voorziening” op te richten: een huisartspraktijk voor studenten: de Huisartsen Oude Turfmarkt (HOT).
Deze huisartspraktijk, met zelfstandig gevestigde huisartsen, was nodig omdat de toenmalige ziekenfondsen geen vergoeding wensten te betalen aan de Studentenartsen. De UvA was immers geen zorginstelling, en de ziekenfondswet stond het niet toe om te betalen aan instellingen die geen zorginstelling waren. Er is toen gekozen om voor ziekenfondsverzekerde patiënten een eigen huisartspraktijk op te richten die nauw verbonden bleef met de studentenartsen. De artsen hadden twee petten op: huisarts bij de HOT en studentenarts bij de UvA.
Vanaf het begin waren partners en kinderen van studenten ook welkom. Ook afgestudeerden konden in de praktijk blijven. Begon de HOT met 4 artsen, anno 2013 is de praktijk uitgegroeid tot een grote groepspraktijk met 9 huisartsen, 8 assistentes, 2 onderzoekers, 1 praktijkondersteuner (POH-er) voor lichamelijke en 1 voor psychische problemen en huisartsen – en doktersassistentes in opleiding.
Een dynamische praktijk waar alle studenten van de UvA en HvA uit heel Amsterdam welkom zijn. Ook “gewone mensen” zijn van harte welkom, hiervoor geldt echter dat ze een beetje in de buurt moeten wonen.

1996 Oude Turfmarkt 151
Sinds  1974 waren de studentenartsen gehuisvest aan de Oudezijds Voorburgwal 185-187. Vier jaar later had het College van Bestuur het oog al eens laten vallen op een nieuwe locatie voor de studentenartsen: Oude Turfmarkt 151. Destijds had de staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen echter laten weten geen monumentensubsidie te willen verlenen voor restauratie van dat pand: “Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal het pand in de komende tijd alleen behoed kunnen worden voor verval; de daaraan thans door u gedachte bestemming voor de studentenartsen zal derhalve een aantal jaren moeten worden opgeschoven,” zo luidde het oordeel van de staatssecretaris. Om die reden werden de plannen op de lange baan geschoven en kreeg het pand een andere bestemming.
De studentenartsen waren vervolgens in 1982 gehuisvest in het pand Oude Turfmarkt 125,  dat voorheen als polikliniek van het oude Binnengasthuis had gediend.
In 1994 kwam het pand aan de oude Turfmarkt 151 weer opnieuw in beeld: in dat jaar liet het CvB de studentenartsen weten dat ze moesten verhuizen. In september 1995 gaf het CvB de studentenartsen zelfs een dienstbevel om per 1 januari 1996 te verhuizen naar de Oude Turfmarkt 151. Wel was het CvB bereid de kosten van de verbouwing en de verhuizing te dragen, zodat deze niet ten laste kwamen van de exploitatie van de studentenartsen. Nadat het pand aan de landelijke richtlijnen van de Landelijke Huisartsen Vereniging voldeed, verhuisden de studentenartsen in augustus 1996 naar hun nieuwe praktijkadres Oude Turfmarkt 151.

2008 Zeventig jaar studentenartsen
“Ondanks de veranderende tijden heeft de universiteit nog altijd een verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de studenten. Daarom stellen wij jaarlijks een budget beschikbaar zodat hier op systematische wijze naar gekeken wordt. Zo werd onlangs een uitgebreid onderzoek gedaan om de gezondheidsklachten van studenten in kaart te brengen. Hieruit bleek dat studenten relatief veel van dit soort klachten hebben. Dat verbaast me niet. Voor het eerst alleen in een nieuwe stad is voor iedereen wennen en studeren is niet voor iedereen makkelijk. Het is goed dat de studentenartsen momenteel bezig zijn om de gezondheidsklachten aan te pakken en dat ze altijd voor alle studenten paraat staan. Ik zou ze niet graag kwijtraken.” Aldus de Secretaris van de Universiteit mw. mr. Mieke Zaanen.

Bronnen

  • Eerste jaarverslag Stichting Universitaire Gezondheidszorg. 7 december 1938 – 31 augustus 1910. Zie elders op deze site
  • Studenten hadden hun eigen verzekering, SSGZ 1954-1992. P.P. de Baar

  • Studenten op Spreekuur, Zestig jaar zorg voor studenten door het Bureau Studentenartsen / Huisartsen Oude Turfmarkt van de Universiteit van Amsterdam 1938 – 1998. Rogier Overman, Amsterdam 1998; 232 blz.
    Dit boek is op de praktijk van de Studentenartsen verkrijgbaar.
  • De ideale gemeenschap, Civitas Academica Amstelodamensis tussen 1948 en 1989. Jos Dahmen en Oscar Steens. Vossiuspers AUP, Amsterdam, 1995.
  • Persoonlijke mededelingen Peter Vonk, studentenarts

  • Hart voor studenten. Zeventig jaar studentenartsen. Bureau Studentenartsen Universiteit van Amsterdam, Amsterdam, 2008.